Perenchutney met gember
3
porties20
minuten1
uurEen goede chutney zit precies op het snijpunt van zoet, zuur en scherp, en peer is daar een dankbare basis voor. Hij valt niet volledig uit elkaar zoals appel, dus je houdt herkenbare stukjes fruit in een stroperige, donkere siroop.
Gember en mosterdzaad doen het werk dat peer zelf niet kan: ze geven scherpte en bite. Laat het mosterdzaad heel — die kleine knapperige bolletjes zijn precies wat een chutney interessant maakt om te eten.
Dit is bij uitstek iets om in oktober te maken en pas met kerst open te trekken. Chutney heeft minstens twee weken nodig voordat de scherpe kantjes van de azijn zijn weggetrokken en alle smaken elkaar gevonden hebben.
Ingrediënten
1 kg stevige handperen
1 ui, fijngesnipperd
40 g verse gember, fijngeraspt
200 ml appelazijn
150 g lichtbruine basterdsuiker
75 g rozijnen
1 el geel mosterdzaad
1 tl kurkuma
1 rode peper, fijngesneden
1 tl zout
Bereiding
- Schil de peren, verwijder de klokhuizen en snijd het vruchtvlees in blokjes van ongeveer 1,5 centimeter.
- Doe alle ingrediënten samen in een pan met dikke bodem en roer goed door. Laat 15 minuten staan zodat de suiker vocht uit de peer trekt.
- Breng het geheel langzaam aan de kook en roer tot alle suiker is opgelost.
- Zet het vuur laag en laat de chutney zonder deksel 50 à 60 minuten zachtjes pruttelen. Roer regelmatig, en tegen het einde vaker — hij bakt makkelijk aan.
- De chutney is klaar als je met een lepel een spoor over de bodem kunt trekken dat een paar seconden openblijft. Hij dikt bij het afkoelen nog flink in, dus stop op tijd.
- Schep de hete chutney in schone, hete weckpotten, sluit ze direct en zet ze op hun kop tot ze koud zijn.
- Bewaar minstens twee weken op een donkere plek voor je hem opent.
Notities
- Tip: Perfect bij een kaasplank, een terrine of koud vlees. Ongeopend houdt hij zich zeker een jaar; eenmaal open hoort hij in de koelkast en is hij binnen een maand op zijn best.